
Toen ik in januari 2005 de krantenkop ' Ondergronds meer ontdekt in China' las, was ik verrast dat een combinatie van woorden mij zoveel ruimte liet ervaren. Met deze zin in mijn hoofd kan ik oneindig ver reizen. Terwijl ik thuis in een stoel zit, maar ook als ik even boodschappen doe in de supermarkt.
Omdat de zin steeds in mijn hoofd zit, is mijn hoofd op een gegeven moment onderdeel van het landschap geworden. Mijn kruin is een berg en bevind zich momenteel 1191m boven zeeniveau. Tegelijkertijd brengt het mij ook bewuster in verbinding met mijn eigen directe omgeving.
Verschillende vragen komen door de zin in mij op: Wat bevindt zich onder de straatstenen waar ik op loop? Hoe goed ken ik mijn eigen huis? Hoeveel verder kan mijn blik werkelijk reiken dan noodzakelijk is om van A naar B te komen?
De spanningsboog tussen het fysiek verbonden willen zijn met mijn omgeving en tegelijkertijd willen afdwalen van die omgeving, keert steeds, op verschillende niveau's, terug in mijn werk.
| – Intro | – Tekst 1 |